Monumentendag Leiden: bezoek een 17e-eeuws DUWO-hofje

03-09-2018

Behalve in Delft stelt DUWO ook in Leiden een pand open voor bezoekers van Open Monumentendag 2018. Op zaterdag 8 kun je een kijkje nemen in een mooi 17e-eeuw Leids Hofje, het Loridanshofje.

Onder de vele studentenwoningen die DUWO heeft, zijn aardig wat monumenten. Vooral natuurlijk in oude steden als Leiden en Delft, die veel monumenten in de binnenstad hebben. Uieraard heb je als studenten een geweldige woonplek als je het geluk heb in zo’n monument terecht te komen. Dat geldt ook voor het Loridanshofje, waar tijdens Open Monumentendag 2018 de deuren open gaan.  

Lakenverver 
Leiden dankt het Loridanshofje aan een vluchteling uit de Zuidelijke Nederlanden. De Waalse Pierre Loridan vluchtte waarschijnlijk als jongeman tijdens de Tachtigjarige Oorlog voor de Spaanse Inquisitie naar Leiden, trouwde er met Geertge Theunis, werd een welvarende lakenverver en was lid van de Waalse kerk. Bij de massale pestepidemie die Leiden in 1655 teisterde, verloor hij veel familie en geloofsgenoten. Hij liet een testament maken waarin hij liet opnemen dat met zijn erfenis een hofje met zijn naam moest worden gebouwd voor de huisvesting van arme bejaarde echtparen. Ze moesten – evenals hij – van Waalse afkomst zijn en lid van de Waalse kerk. Niet lang nadien overleed hij zelf aan de pest. De uitvoerders van het testament gingen onmiddellijk aan het werk en lieten een hofje met 12 huisjes bouwen aan de Oude Varkenmarkt. (Een daar gevestigde herberg werd ervoor gesloopt.) Een jaar later konden de eerste bewoners er al terecht. De voorganger van DUWO, de Leidse studentenhuisvester SLS, redde het hofje feitelijk van de ondergang. Toen na de Tweede Wereldoorlog het geld op was, ging het hofje hard achteruit en raakten de huisjes zelfs onbewoonbaar. De studentenhuisvester kocht het in 1964 aan en liet het restaureren. Ook vandaag de dag wonen er nog studenten.              

Loridan, Pieter, geb. Leiden augustus 1603, lakenverver en andere stoffen, lid Waalse kerk te Leiden, verscheen op 4 augustus 1655 bij notaris Carel Outerman en testeerde dat na zijn overlijden uit zijn nagelaten goederen een hofje van twaalf huisjes gesticht zouden worden met de naam Loridanshofje, de bewoners moesten echtparen zijn en lidmaten der Waalse kerk te Leiden, wonende aan de Haarlemerstraat bij de Backersteeg 1655, overl. Leiden 18 augustus 1655, begr. Leiden (Pancras of Hooglandse kerk) 23 augustus 1655. Hij ondertr. Leiderdorp 20 maart 1625 met Geertge Theunis.         

De galerij en de pomp in het hofje van Pieter Loridan  

“Het Pieter Loridanshofje trekt evenals het hofje van Jean Pesijn het hele jaar door veel buitenlandse toeristen aan. Vooral Japanse en Amerikaanse toeristen hebben er veel belangstelling voor. Zo ook die keer dat ik er mijn foto’s maakte.”    

Kort na het opstellen van zijn testament overleed de stichter en hij werd in de Hooglandse Kerk begraven. Het was volgens de overleveringen een prachtige begrafenis want Pieter Loridan had voor zijn uitvaart heel veel geld uitgetrokken. Alles er aan kostte flink wat degelijke Hollandse guldens. Naar verluidt kostte zijn grafkist 19 gulden. Voor die tijd een enorm bedrag. Nadat zijn testament was geopend ging de aangewezen uitvoerders met de bouw van het hofje voortvarend aan de slag en al in 1657 konden de eerste bewoners hun intrek in het hofje nemen. Het was een beste plek om er te wonen. Er werd brood en turf verstrekt en de bewoners kregen dagelijks bier. Tweemaal daags luidde de portier de bel ten teken dat de bewoners hun bier konden ophalen. Wie niet op tijd kwam moest de beurt voorbij laten gaan. In 1658 lieten de regenten twaalf bierkannen maken voorzien van het huisnummer. Ook voor de regenten werden er bierkannen gemaakt die echter twee keer zo groot waren als de kannen voor de bewoners. Het verstrekken van turf duurde voort tot de Eerste Wereldoorlog. De bewoners ontvingen toen geld inplaats van de gebruikelijke brandstof. In 1852 werd de regentenkamer voorzien van verwarming en verlichting en werden er voor de bewoners bijbellezingen gehouden.  

Aan het begin van de 20e eeuw werden de huisjes voorzien van elektrisch licht. Een schenking van een regent ter gelegenheid van zijn veertig jarig regentschap. Zo diep waren de regenten betrokken bij het welzijn van de bewoners. Na de Tweede Wereldoorlog ging het hofje zienderogen achteruit. Het geld was op en de huisjes werden onbewoonbaar. Gelukkig kocht de Stichting Leidse Studentenhuisvesting in 1964 het hofje. Onder leiding van de architect P. van der Stère werd het hofje gerestaureerd. Voor de Leidse studenten is het op het hofje riant wonen. Voor een bezoek aan het volgend hofje gaan we nu naar de Haarlemmerstraat.

 
Deel deze pagina