Wonen in The Green Village is nooit saai

27-11-2018

Veerle en Max wonen in een levend lab, The Green Village in Delft. In DUWO-woningen. Hier vertellen ze hoe het er is…

De tegels voor de deur worden elke week onder water gezet. Soms verschijnt er ineens een merkwaardig bouwwerk achter je huis dat de volgende dag alweer is afgebroken. Er komt ook wel eens een zelfrijdende auto voorbij. En de pers staat om de haverklap voor de deur. Wonen in The Green Village is alles behalve saai. “Het is veel meer dan alleen een kamer,” zegt Veerle van Engen, die in een van de vier DUWO-woningen in The Green Village woont.

De woningen staan er sinds vorig najaar en bewoners mogen er een jaar blijven. Daarna moeten ze plaatsmaken voor nieuwkomers. Veerle woont sinds september in het living lab aan de zuidrand van de TU-wijk. Max van Deursen kwam er in oktober wonen. Zijn voordeur gaat open met een app op zijn smartphone. “Kijk, zie je dit?” vraagt hij, eenmaal binnen. Hij beweegt met zijn vinger over een lijntje in de app. “Nu doe ik het licht aan. Met deze app kan ik alles regelen, tot en met de verwarming aanzetten.”

Testwoningen en proefkonijnen

De woningen van Veerle en Max en hun twee medebewoners zijn een van de bijna 50 bijzondere experimenten die in The Green Village worden gedaan. Het zijn testwoningen waarin allerlei duurzame innovaties worden onderzocht en uitgeprobeerd, met de bewoners als ‘proefkonijnenen’. Zo hebben ze onder meer zonnepanelen, zijn ze gasloos, worden onder de grond smalle waterbesparende rioleringspijpen getest en zijn er ‘slimme’ superzuinige pay-per-use wasmachines. Ook de gebruikte materialen ademen aan alle kanten duurzaamheid uit. “Over alle materialen is heel goed nagedacht,” vertelt Max. “Het hout van de woning is bijvoorbeeld op een duurzame manier bewerkt, zonder chemicaliën, en de houten delen zijn zo geconstrueerd dat het huis later makkelijk voor andere doelen is aan te passen.”

Veerle, die een IO-master Strategic Product Design aan de TU doet, en Max, in het vierde jaar van zijn bachelor Public Health Sustainibility aan de Universiteit Leiden, werden na een lange selectie gekozen uit ruim honderd aanmelders. Ze wonen allebei in een verschillende woning. Die van Veerle heeft gigantische ramen over de volledige lange zijde van de kamer en bij Max binnen oogt het als een Zwitsers chaletje vanwege het vele hout.

Glazen buizen

Ze zijn enorm blij met hun bijzondere woning en hun plekje in The Green Village. “Het is hier gewoon uniek,” zegt Veerle. “Er gebeurt heel veel aan onderzoek en experimenten en er lopen altijd interessante mensen rond. Het is mooi dat je alles wat hier gebeurt zo vanuit je kamer kunt volgen. Zie je hiervoor die tegels liggen? Die horen ook bij een onderzoek. Ze worden elke week met een grote waterinstallatie onder water gezet en vervolgens laten ze alles weer weglopen om te testen hoe die tegels het water afvoeren. En soms komt er ineens een autonome auto voorbij rijden. Ik vind het hier heel inspirerend en leerzaam.”

Max is zeer geïnteresseerd in duurzaam wonen. Hij is al lang bezig met duurzaamheid. Eerst twee jaar als  jongerenvertegenwoordiger in een VN-duurzaamheidscommissie en daarna in zijn studie met een project rond duurzaam reizen. “Om alternatieven voor het vliegtuig te onderzoeken ben ik toen met de trein naar Maleisië gereisd. Ik had me dus bezig gehouden met de politiek, met reizen en toen las ik over The Green Village. Dat leek me een goede mogelijkheid om me met duurzaam wonen bezig te houden, dus toen heb ik me aangemeld.”

Ook hij heeft zicht op opmerkelijk onderzoek. “Op een dag begonnen ze hierachter iets vreemds te bouwen met gekke glazen buizen,” vertelt hij. “Ik had werkelijk geen flauw idee wat het was, maar het bleek uiteindelijk een schommel te zijn. De volgende dag werd het weer afgebroken. Wat dat met duurzaamheid te maken heeft? Ze doen hier onderzoek naar bouwen met glas. Glas is veel duurzamer dan beton, wat immers voor veel CO2 zorgt. Glas wordt gefabriceerd met zand en het is recyclebaar. In de brug die daar buiten staat, wordt het ook toegepast; daarin zitten glazen buizen met staal erin verwerkt. Het is hier gewoon één grote speelplaats voor innovaties.”

Een tiny house

De plek en het huis zelf zijn voor beiden van grote toegevoegde waarde. Veerle: “Qua wonen is het heel mooi. Het is hier rustig, de locatie is perfect, vlak bij de TU en niet te ver van het centrum en midden in het groen. Het heeft net dat extra boven een gewone studentenwoning of een studentenhuis, vooral ook omdat je hier nog iets kunt betekenen als bewoner. Als ik moest kiezen tussen een mooi oud studentenhuis in het centrum of dit, zou ik dit kiezen. Tenminste voor dit moment….”

Max woonde voorheen in drie verschillende studentenhuizen. “Maar dit is toch wel het beste,” zegt hij. “Zo’n tiny house als dit is vooral heel goed als je ouderejaars bent. Er wordt veel van je verwacht en zeker als je met je studie in de eindfase zit, is het prettig om een rustige plek voor jezelf te hebben om te studeren. En verder vind ik dit terrein gewoon enorm leuk en is het mooi dat iedereen die hier werkt, bezig is met duurzaamheid. Als ik vrienden of familie op bezoek heb, maken we altijd even een rondje over het terrein. Ik geef dan een soort rondleiding.”

Geen overlast

Overlast van de experimenten hebben ze niet. Hoewel aspirantbewoners nadrukkelijk om flexibiliteit wordt gevraagd (de stroom kan ineens uitvallen of misschien moet je op een goede dag per rubberboot je huis verlaten), blijkt dat reuze mee te vallen. Veerle: “We hebben bewonersoverleg en daarin worden experimenten waar we eventueel last van kunnen hebben, aangekondigd. Maar ze houden echt heel erg rekening met ons. Zeker in de tentamenweken.”

De verhuur gaat via DUWO, dat hier zelf ook nuttige kennis voor het eigen duurzaamheidsbeleid hoopt op te doen. De huur is prima te doen. “Het zijn zelfstandige woningen, dus je kunt huurtoeslag aanvragen, zegt Max. “We zitten hier heel voordelig.”

Deel deze pagina

 
Annuleren

Waarmee kunnen wij je helpen?

Begin hier met zoeken!

Geen resultaten gevonden