In de jaren waarin de Sterflat op volle toeren draaide, was het leven er levendig, soms letterlijk. Daar woonde onder andere een bijzondere bewonersgroep: de BMW-club. Niet vernoemd naar auto’s, maar naar de motoren waarop de studenten maar al te graag door de gangen van de derde verdieping rondscheurden. Ook voelden ze zich geroepen om auto’s op de Churchilllaan “te escorteren”, tot grote hilariteit van de flatbewoners.*
Hoewel de motoren inmiddels zijn verdwenen, bestaat de BMW-club nog steeds. De inmiddels 85-plussers komen nog elk jaar samen. De band die ze in die tijd opbouwden, blijkt sterker dan staal.
Dr. Moeshart kijkt met plezier terug op het wonen in de Sterflat:
“We waren met 17 man met één toilet, een keukentje en een badkamer met één douche en twee wastafels. Maar het werkte goed. Ik heb er veel jaren plezierig gewoond, eigenlijk was het best luxe. Voor nog geen vijftig gulden per maand had je een kamer, inclusief verwarming en schoonmaken. De afwas werd gedaan en de bedden werden opgemaakt. Kom daar nu eens om!”
Elke verdieping had zelfs een eigen schoonmaakster. Op Moesharts verdieping was dat een 16-jarig Leids meisje “dat zich door de zeventien knullen niets wijs liet maken”. Hij ging zelfs nog naar haar huwelijk. En als nestor had hij een bijzondere taak: met één stekker die kortsluiting veroorzaakte, zette hij desgewenst de hele verdieping stil. Zo kon er in elk geval af en toe nog geslapen worden.
Later veranderden de tijden; schoonmaak werd uitbesteed aan een schoonmaakbedrijf, bedden moesten zelf worden opgemaakt, maar de prijs bleef gelijk. “Was alles vroeger beter? Sommige dingen wel, denk ik zo.”
Een prachtig voorbeeld van hoe studenthuisvesting niet alleen een dak boven het hoofd biedt, maar ook vriendschappen die een leven lang meegaan.
* Deze beschrijving is eerder vastgelegd in de publicatie “Een enkele rimpeling, in de o zo stille wateren van het lome provinciestadje L…” van auteur M. Stol, ter ere van het 20-jarig bestaan van de Sterflat.